Jada Borsato is het zat dat haar vader Marco constant onder vuur ligt en richt haar pijlen nu op Angela de Jong. Die gebruikte in de AD Media Podcast opnieuw harde woorden over de ontuchtzaak. Jada reageert fel: „Heb je wel geluisterd naar alles wat er is besproken?!”
Verdeelde meningen over Marco Borsato
De publieke opinie over Marco blijft verdeeld. Waar Ali B en Thijs Römer na hun zaken massaal werden afgeschreven, twijfelen bij Borsato nog veel mensen aan het verhaal van het vermeende slachtoffer. Dat komt onder meer doordat haar moeder ooit uit zijn fanclub werd gezet. Angela de Jong hoort nadrukkelijk níet bij de twijfelaars.
In de podcast noemt ze Marco’s gedrag “bizar, walgelijk en surrealistisch”. Ze vindt het onbegrijpelijk dat hij als volwassen man naast een naakt, verdrietig meisje van vijftien in bed ging liggen om haar te “troosten”.
Ook de berichten die Marco haar stuurde – waarin hij haar adviseerde zichzelf te bevredigen – gaan er bij Angela niet in. Ze vergelijkt het met de aanpak van Thijs Römer. „Het beeld dat ik van Marco had, was de laatste jaren al aangetast, maar nu is het echt weg. Schuldig of niet, het wordt nooit meer zoals het was. Ik vind het een heel zielige man.”
Jada slaat terug
Jada begrijpt niet dat Angela na de rechtszaak nog steeds overtuigd lijkt van Marcos schuld.
„Dan denk ik: hè? Heb je wel geluisterd? Als je nu nóg denkt dat hij schuldig is, heb ik het idee dat je de rechtszaak niet hebt gevolgd. Het is volgens mij heel duidelijk hoe het echt zit,” zegt ze.
Ze is opgelucht dat haar vader in de rechtszaal zijn verhaal heeft kunnen doen.
„Nu kan ik eindelijk laten zien waarom wij al die jaren achter hem zijn blijven staan. Waarom we in zijn onschuld geloven: daar zijn zóveel goede redenen voor. Ik mocht daar nooit iets over zeggen.”
Volgens Jada ontbreekt keihard bewijs.
„Je hebt het gezien: er is geen hard bewijs. Dat wij in zijn onschuld geloven is heel logisch, en dat heeft hij zelf heel helder uitgelegd in de rechtszaal. Als anderen tóch een oordeel willen vellen, dan is dat aan hen.”





