De nieuwste uitzending van Eva Jinek zorgde voor flink wat discussie op sociale media. Niet zozeer over het programma zelf, maar vooral over twee van de tafelgasten. Verschillende kijkers uitten online hun irritatie: “Ik heb iemand nog nooit zo dom en slap uit haar nek horen kletsen.”

Formatie muurvast

In de politiek zit alles nog steeds op slot. Partijen sluiten elkaar uit en willen niet samenwerken, waardoor verkenner Wouter Koolmees nu alleen D66 en CDA inhoudelijk met elkaar laat praten. Andere partijen kunnen eventueel later aanschuiven.

Feitelijk betekent dit dat de kabinetsformatie muurvast zit en een nieuw kabinet waarschijnlijk pas in het nieuwe jaar gevormd wordt. Weer maanden vertraging, terwijl belangrijke problemen blijven liggen – precies de reden waarom veel mensen het vertrouwen in de politiek kwijt zijn.

(Tekst gaat verder onder de video)

De gasten aan tafel

Bij Jinek werd hierover gediscussieerd. Aan tafel zaten Telegraaf-journalist Wouter de Winther, politiek duider Ron Fresen én twee jonge gasten:

  • Hajar El Yagkoubi (25), oud VN-jongerenvertegenwoordiger

  • Eva Brandemann (19), van de jongerenafdeling van Nieuw Sociaal Contract

Dat De Winther en Fresen aanschoven, vonden kijkers logisch: beide zijn ervaren politieke duiders. De bijdragen van El Yagkoubi en Brandemann vielen echter lang niet bij iedereen in goede aarde. Vooral Brandemann kreeg het zwaar te verduren, mede omdat NSC bij de verkiezingen van 20 naar 0 zetels kelderde.

Social media reageren scherp

Op X schreef journalist Bas Paternotte feller dan fel:

“NSC is dood maar Eva Brandemann van de Omtzigt Jugend mag blijven aanschuiven bij Jinek. Weird.”

Andere reacties:

  • “Wat zitten die twee meiden dom te lullen bij Jinek over de formatie. Was echt iedereen bezet?”

  • “Ik heb iemand nog nooit zo ontzettend dom en slap uit haar nek horen kletsen!”

Kortom: de jonge gasten zorgden voor meer frustratie dan enthousiasme. Of jij hun inbreng wel verfrissend vond, mag je zelf bepalen – daar zijn de comments tenslotte voor.

Bron: