Jade Kops (18) heeft op Instagram aangrijpend nieuws gedeeld. De ernstig zieke Jade kreeg vandaag voor het eerst bezoek van een uitvaartverzorger om haar wensen te bespreken voor wanneer zij overlijdt. Dat maakte veel indruk.

Op Instagram schrijft ze:
“Vanochtend was een ochtend met een zwarte rand, maar tegelijkertijd ook met een fijne rand. Er kwam namelijk voor de eerste keer een uitvaartverzorger bij ons thuis om kennis te maken en mijn wensen en ideeën te bespreken.”

“Ik zag hier enorm tegenop, maar achteraf was het ergens ook fijn. Later deze week deel ik een post met meer uitleg en gevoelens, maar kort samengevat: het was heftig, verdrietig, onwerkelijk en goed tegelijk.”

Open brief aan haar tumor

Nog maar een week geleden plaatste Jade, die haar volgers via social media meeneemt in haar leven, een open brief aan “haar lieve, vervelende tumor”.

Daarin schreef Jade, een goede vriendin van zangeres Emma Kok, dat ze ondanks alles “intens gelukkig” is – zelfs met de aanwezigheid van de tumor.
“Het is alweer vierenhalf jaar geleden dat jij onverwacht mijn keel binnenkwam. Sinds dat moment is negentig procent van mijn leven heftig, verdrietig, onwerkelijk en angstig. Alle normale dingen zijn veranderd in één grote droom.”

“In april schreef ik mijn laatste brief aan je. Toen was ik nog volop bezig met ‘de strijd’: levensverlengende behandelingen, bijwerkingen, alles eromheen plannen, schema’s en hoop die telkens opnieuw moest worden bijgesteld.”

Inmiddels is haar situatie veranderd. “Ik ben uitbehandeld. Jij, de tumor, bent en blijft mijn grootste vijand, maar tegelijkertijd leven we nog met een redelijk goede kwaliteit. Samen. Dag voor dag en stap voor stap. Mijn kloppende hart is een onbetaalbaar cadeau.”

Ze eindigt haar brief met de indrukwekkende woorden:
“Ik heb geen schild meer om tegen jou te vechten en dat voelt heel machteloos. Het is alsof elke ochtend zowel een dreiging als een wonder is. Maar één ding blijft zeker: ik geef niet op. Ik leef omdat ik wil leven. Het liefst nog dagen, maanden en jarenlang.”

Bron: